Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

Kritisch Podium Dewanand

Literair

WEBpublication BOOK wart0165 / EPAGE 10 of 50

Einde van de integratie

hoofdstuk 7

  • Koop de gedrukte versie van roman: Einde van de integratie - klik hier

  • Offeraar       Dewanand
    Offercode      wart0165
    Offerdatum     16 juni 2006
    

    Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: (roman) 'Einde van de integratie'
  • Na de vierde tramhalte kijkt Saina toevallig naar buiten door het raam en ziet een grote aardbol met een kruis erop, waarop de tekst, 'Jezus redt en geneest,' staat in vette letters. Ze beseft op dat moment dat Jezus vroeger ook veel geleden heeft en overal weggejaagd is, totdat de Joden hem aan het kruis spijkerden en dood lieten bloeden. Haar gedachten dwalen even af naar het bloed dat uit haar onderlichaam vloeide, na de vreselijke ontmaagding door Karel. Hij maakte een gat in haar lichaam. Eigenlijk voelt zij nu ook een gat in haar weke meisjesziel, wat nooit zal genezen. Elk gat in haar lichaam kan genezen, als het goed gehecht wordt en stopt met bloeden.

    In een flits ziet zij een groene telefooncel en krijgt een idee. De tram stopt enige momenten later en ze haast zich naar de deur, om uit te stappen. Ze struikelt over de tas en valt uit de tram. Iemand gooit de gesloten markttas met de kleren uit de deuropening, die onmiddellijk dichtslaat, waarna de tram rinkelend wegrijdt.

    Niemand schenkt enige aandacht aan haar en ze krabbelt moeizaam overeind. Beide knieën doen pijn en haar linkerhand heeft een lichte schaafwond. De pijn en de kou snijden door haar polsen, maar ze staat toch op. De tas met de kleren is enkele meters naast haar neergevallen. Ze loopt ernaartoe om hem te pakken en ziet op datzelfde moment een vies uitziende negroïde man op de tas afstormen. Hij grijpt haar tas en rent ermee weg, dwars over de drukke weg en ontwijkt handig alle toeterende auto's. Niemand rent hem achterna, waardoor zij nu al haar kleren kwijtraakt, dankzij deze ellendige straatdief. De mensen om haar heen lopen gewoon door, alsof er niets bijzonders gebeurd is en alsof het leven gewoon doorgaat, ondanks alle criminaliteit en ellende in Den Haag.

    Ze voelt zich woest kwaad en is tegelijkertijd machteloos. Gelukkig zit al haar geld in de schooltas om haar schouders. Aan de overkant van de weg ziet zij een straatnaambordje met 'Regentesselaan' erop. Aan de overkant zijn er twee groene telefooncellen. Het is zeker zinvol om het te proberen, denkt Saina. Haar tante kan haar immers vergeven en haar nog een kans geven en dan is ze gered. Zo een slecht mens is Bea toch niet echt, hoewel zij elkaar nauwelijks een weekje kennen. Ze moet het proberen. Met de schooltas stevig vastgeklemd met haar spille armpjes, stapt Saina met nieuwe moed af op de groene cellen vol hoop, hoewel de pijn in haar knieën een ware foltering is voor haar broze gestel. Deze dag zal het arme kind nooit vergeten.

    Terwijl de gesloten deur van de telefooncel de ijzige wind tegen houdt, graait ze in de schooltas. De portemonnee zit er gelukkig nog in. Haastig trekt ze de rits ervan open en beseft dat er iets ontbreekt. Hoe kan dit? O nee toch, Karel heeft de vier bankbiljetten van honderd euro gestolen uit haar portemonnee. Nu zitten er slechts een paar losse euromunten in. Ze wordt eventjes heel kwaad, want nu heeft ze zelfs geen geld meer om nieuwe kleren te kopen. Echt een ellende. Met een kwaad gevoel grijpt zij toch een muntje en begint te bellen.

    'Spreek een boodschap in, dan bel ik terug,' zegt het antwoordapparaat van haar tante aan de andere kant van de lijn. Bea is dus niet thuis. Wat moet zij doen? Scheveningen kan met tram 1 bereikt worden, maar eerst moet zij naar het centrum gaan met de tram die hier rijdt. Hoeveel zin heeft het? Zal Bea haar vergeven en alles weer goed maken. Weet ze al dat Karel met haar nichtje naar bed is geweest? Al deze vragen suizen door het hoofd van Saina, die nu niet goed meer weet wat zij moet doen. Ze twijfelt en staat een kwartier lang na te denken in de telefooncel, omdat zij radeloos is in dit verre vreemde oord. Waarom gaat alles opeens totaal mis? Heeft zij een fatale fout gemaakt?

    Met een duizelig gevoel in haar hoofd loopt Saina de telefooncel uit. In de verte hoort zij het gerinkel van een tram en zij probeert nog sneller te lopen om op tijd bij de halte te zijn. Het stoplicht springt net op groen, waardoor zij direct de brede weg kan oversteken en op het laatste moment kan instappen in de aangekomen tram. Met een misselijk gevoel in haar buik neemt zij plaats in de voorste cabine en probeert nergens aan te denken, want ze voelt zich doodmoe. Alles gaat zo snel in Nederland. Mensen lijken hier net als wilde bosmieren, die de hele dag als gekken heen en weer rondrennen, zonder goed na te denken. Zij heeft in Suriname nooit zoveel mensen op straat gezien, want er wonen er daar niet veel. Saina bekijkt de schaafwond op haar hand en merkt dat het niet meer bloedt. De wond brandt echter nog behoorlijk en ze probeert de pijn te onderdrukken.

    Deze tram lijkt sneller te rijden dan tram 1. Bij elke halte stappen er een heleboel mensen in en uit. Ze ziet veel hindoestanen, maar ze kent niemand. Misschien kunnen zij haar helpen uit deze ellende, maar ze durft niemand iets te zeggen. De meeste mensen op straat kijken strak en koud voor zich uit, alsof er iets ernstigs gebeurd is in de stad. Zo af en toe staren sommige mannen met grote hongerige ogen naar haar, zonder iets te zeggen. Iedereen ziet er zo koud uit in Nederland en dat begrijpt zij niet goed. Ze dacht vroeger altijd dat iedereen in Nederland veel gelukkiger was dan in Suriname, want ze waren immers rijker en hadden daarom minder zorgen. Op een bepaalde wijze klopt dit niet helemaal. De mensen in deze tram zien er immers heel ongelukkig en zorgelijk uit, net als zij. Vertwijfeld blijft zij nadenken over het leven in dit land en haar toekomst, die onzeker is.

    De tram komt met een schok tot stilstand bij een heel drukke halte. Saina ziet tientallen mannen in dikke zwartblauwe uniformen buiten staan. De deuren zwiepen open en vier jongens springen snel naar buiten. Een jongen wordt beetgepakt en tegen de grond geduwd door twee geüniformeerde mannen en de andere drie rennen als gekken weg, alsof zij heel bang zijn. Ze weet niet goed wat er buiten gebeurd. Iedereen schijnt opeens veel haast te hebben om weg te lopen uit de tram.

    'Mag ik uw kaartje zien, mevrouw?' zegt een grote man in uniform. 'Kaartje,' denkt zij even. Al deze mannen zijn dus conducteurs. De man herhaalt op norse toon: 'Uw kaartje graag.' Ze voelt angst en blijft zwijgen. De conducteur begrijpt instinctief dat dit meisje geen kaartje heeft en zegt op dwingende toon: 'Wilt u nu meteen uitstappen en ons volgen naar het politiebureau.' Saina voelt haar hartje hevig kloppen. De politie zal haar het land uitzetten, omdat zij uit huis gegooid is en zonder kaartje rijdt in de tram. Ze durft niets te zeggen, houdt haar adem gespannen in en gehoorzaamt. Met een droevig gezicht staat zij op en loopt de tram uit.

    De tram rijdt direct weg en zij voelt hoe haar toekomst totaal vernietigd wordt. Saina begint hevig te huilen en talloze tranen stromen als een trieste vloedgolf over haar smalle bruine gezicht. Ze voelt zich radeloos en verloren in deze harteloze wereld, waarin iedereen haar haat en misbruikt. Zelfs een hond leidt een beter leven.

    Een korte man met kortgeknipt donker haar in een zwart uniform staat voor haar en vraagt op vriendelijke toon: 'Waarom huil je? Wat is er gebeurd?' Ze zegt niets en de tranen blijven stromen. De man zegt dan: 'Ik ben Ahmed, Turkse man. Jij bent toch Hindoestaanse meisje. Ik ga je helpen. Vertel wat gebeurd is. Heb je paspoort?'

    Ze blijft zwijgen, snikken en met gebogen hoofd naar de grond staren. De Turkse man schreeuwt iets tegen iemand, waarna een vrouw met een hoofddoek op en een groene jas aan verschijnt. Het is een Turkse vrouw en die vraagt op meelevende toon aan het arme huilende meisje bij de tramhalte: 'Mij vertellen wat gebeurt met je. Ik je gaan helpen. Niet huilen meer. Ik je helpen. Wij Turken zijn.' Saina kijkt op en zegt snikkend: 'mijn man heeft mij geslagen en het huis uitgegooid. Ik ben alleen op straat,' en ze wijst naar de schaafwond op haar hand.

    De vrouw met de hoofddoek draait zich om en zegt iets in het Turks tegen de korte man achter haar. Die stapt naar voren en zegt tegen Saina: 'ik jou helpen. Jij niet naar politie gaan.' De vrouw zegt daarna: 'wij jou naar blijf van lijf huis brengen daar in stad, niet bang zijn. Niet huilen meer meisje,' en ze wijst naar de verte met haar vinger. De rode vermoeide ogen van Saina staren haar dankbaar aan. Deze Turken willen haar redden.

    Er stopt een tram bij de halte en Saina stapt in met de Turkse vrouw en de korte man. Ze voelt zich wat beter en huilt niet meer. Nu hoeft zij niet naar het politiebureau te gaan en dat stelt haar gerust. Er gloort nieuwe hoop.

    Drie haltes verderop wenkt de Turkse vrouw naar haar om mee te komen. Met nieuwe moed stapt het zielige kind uit de overvolle tram. Met z'n drieën lopen ze een lange straat in en bereiken een opvanghuis voor vrouwen. Saina wordt snel geregistreerd en krijgt een eigen kamertje in het grote gebouw. Ze ziet een heleboel vriendelijke mensen. Haar twee Turkse redders wensen haar veel succes en vertrekken. Het lijkt alsof Jezus hen gestuurd heeft om haar te redden van het kruis. Nu gelooft zij weer in God, want zij is immers geen zondig mens en wil niemand kwaad doen.

    ***

    Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: (roman) 'Einde van de integratie'
  • Koop de gedrukte versie van roman: Einde van de integratie - klik hier

  • WEBpublication BOOK wart0165 / EPAGE 10 of 50


    Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
    Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

    Kritisch Podium Dewanand

    Literair
    Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
    offercode: wart0165
    Copyright @ Dewanand 2006