Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

Kritisch Podium Dewanand

Literair

WEBpublication BOOK wart0165 / EPAGE 9 of 50

Einde van de integratie

hoofdstuk 6

  • Koop de gedrukte versie van roman: Einde van de integratie - klik hier

  • Offeraar       Dewanand
    Offercode      wart0165
    Offerdatum     16 juni 2006
    

    Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: (roman) 'Einde van de integratie'
  • Overal om haar heen ziet Saina vlammen uit de grond spuwen, maar toch is het ijzig koud, want een ijskoude wind jaagt door haar lange haren. Ze ziet een skelet liggen op de grond en het ding begint plotseling te bewegen. Het staat op uit iets wat op een graf lijkt en groeit uit tot een harig monster, met geelblauwe kattenogen. Het monster kijkt grommend naar haar en springt boven op haar. Ze wordt er bijna door verpletterd en voelt hoe een klauw haar rechterborst openscheurt. De kop van het beest verandert in een krokodillenbek met vuile bruine tanden en het beest bijt in de opengescheurde borst. Ze schreeuwt om hulp en ziet een ander skelet naast haar, dat niet beweegt. Nu ruikt zij de geur van rottende lijken en beschimmelde vleesresten. Direct daarna ziet zij een dikke, harde worm uit het onderlichaam van het monster kruipen en het beestje boort zich bijtend een weg door haar buik en raakt haar maag. Ze begint te gillen en braakt een groene slijmerige massa uit. Ze voelt hoe het bloed vloeit over haar opengereten buik en realiseert zich dat zij wreed vermoord wordt en dat de witte beesten haar lijk zullen opvreten daarna. Ze begint te schreeuwen om hulp en voelt hoe zij langzaam dood gaat.

    Terwijl Saina de ogen opent, hoort zij zichzelf schreeuwen om hulp. Ze wordt langzaamaan stiller en probeert rustiger te ademen, maar ziet in gedachten nog de levensechte nabeelden van de monsters die haar in de nachtmerrie verscheurden. Ze voelt hoe haar hoofd bonst en haar kleine meisjeshart bonkt in haar borstkas. Ze sluit haar ogen en blijft liggen, totdat haar adem rustiger wordt. Een hevige pijn tussen haar benen maakt haar misselijk en ziek. De pijnsteken snijden door haar hele lichaam en haar voeten voelen ijskoud en verkrampt aan.

    Een kwartier later zijn de pijnsteken minder en Saina opent de ogen. Het daglicht buiten verlicht de hele kamer en ze ziet Karel naast haar liggen onder het dikke dekbed. Voorzichtig stapt zij uit het bed en loopt naar de hoek waar de tassen liggen. Volgens haar horloge is het al tien uur 's morgens. Het is veel te laat om colleges te gaan volgen in Delft, maar zij voelt zich ook te ziek. Haar hele lichaam doet een beetje pijn en haar hoofd voelt zo raar en licht. Er hangt een wazige sfeer om haar heen en er is een vieze smaak in haar mond. Een moment later kijkt zij naar het bed en schrikt hevig, want het is besmeurd met rode bloedvlekken. Daarna trekt zij haar slaapjurk aan pakt een baddoek, een tandenborstel, een pak maandverband, een kam en wat schone kleren. Met al deze spullen sluipt zij naar de badkamer naast het toilet.

    Terwijl zij haar tanden poetst, voelt zij een stekende pijn in haar buik. Daarna gaat zij douchen en ziet hoe het water rood kleurt door het bloed uit haar onderlichaam. Haar hele vagina brandt hevig en de lippen ervan zijn rood en opgezwollen, net als een verse snijwond. Het lijkt alsof Karel haar lichaam met grof geweld heeft opengescheurd en er een groot gat in gemaakt heeft. Zoiets wreeds heeft Saina echt nog nooit meegemaakt.

    Tijdens het afdrogen merkt zij dat het vloeien uit haar onderlichaam gestopt is. Er is echter een kleine bloedvlek op de baddoek, nadat zij haar vagina droog heeft geveegd. Haastig probeert zij haar haren zo droog mogelijk te maken met de lange baddoek en kamt het daarna zo droog mogelijk. Een moment later glijdt een slipje over haar blote onderlijf. Ze duwt een strip maandverband over haar vagina en trekt het slipje eroverheen. De kleine, zwarte beha glijdt soepel over haar zachte, bruine borsten en een warme lange broek en blouse zorgen voor een goed geklede jonge, net ontmaagde Hindoestaanse griet uit Nickerie.

    Na het douchen en aankleden loopt Saina de badkamer uit met een frisser gevoel. In de woonkamer ziet zij Karel zitten op de bank met een lange broek en een dunne trui. Terwijl hij een blikje bier leeg drinkt, kijkt hij haar niet aan. Het lijkt alsof hij heel kwaad is. Saina zegt ook niets tegen hem en loopt snel naar de slaapkamer om de badspullen terug te zetten in haar tas. Daar trekt zij haar warme winterschoentjes aan, omdat haar voeten koud aanvoelen. Haar maag voelt leeg aan en daarom besluit zij om naar de keuken te gaan.

    Met een tevreden gevoel bekijkt Saina de stapel afgewassen borden en lepels op het aanrecht. Ze weet niet waar Karel deze spullen opbergt en kijkt even in een paar kasten. Vanwege een leeg en hongerig gevoel kijkt zij in de ijskast. Er staat een pak aardbeien yoghurt in en dat lust zij wel. Snel vult zij een kommetje ermee en begint alles onbezorgd op te eten met een lepeltje, terwijl zij in de keuken staat voor het raam. Tijdens de laatste hap, hoort zij Karel iets schreeuwen vanuit de woonkamer. Er is zo te zien iets gebeurd. Zij zet het lege kommetje in de wasbak, neemt een slokje water uit de kraan en loopt naar de woonkamer om te kijken wat haar eerste man te vertellen heeft. Nu voelt zij zich best goed en alle zorgen schijnen eventjes verdwenen te zijn.

    'Kijk... kijk... wat je hebt gedaan... ,' jankt hij hysterisch en wijst naar de grond. Ze kijkt, maar ziet niets bijzonders. 'Wat is er gebeurd,' vraagt Saina op een onbezorgde toon en voegt eraan toe, 'we gaan toch trouwen....' Hij draait zich onmiddellijk om en kijkt haar woest kwaad aan. 'Zo naai ik alle Hindoe sletten. Ik zeg ze dat ik met ze ga trouwen en dan zijn ze direct mijn hoer.' Hij lacht eventjes hevig als een aap en verandert plotseling van toon. 'Wie gaat dit betalen?' schreeuwt hij nogmaals en wijst opnieuw naar de grond. Saina loopt naar de plek die hij aanwijst en ziet de rode bloedvlekken op het witte tapijt. Onnadenkend zegt zij op koele toon: 'dit zal ik eraf vegen. Dat beloof ik.' Dit antwoord maakt hem nog razender. 'Stomme hindoeteef, dit is hoogpolig tapijt. Het bloed uit jouw vieze kut kan er niet meer uit.' Hij zwijgt enkele seconden en kermt: 'Jij kan dit niet betalen, stomme straatmeid.' Hij loopt daarna de slaapkamer in en schreeuwt heel luid: 'Godverdomme, mijn matras zit ook vol met drab uit jouw vieze hindoekut.'

    Nu pas beseft Saina dat er een groot probleem is. Ze buigt haar hoofd en zwijgt. Karel wordt nog woester en vloekt luidop. Opeens gilt hij vastbesloten: 'Rot nu op uit mijn huis, vieze hindoeslet,' en stormt op het weerloze meisje af. Ze voelt een duistere kracht door haar lichaam schieten en hij grijpt haar haren vast en trekt eraan. Ze voelt een stekende pijn in haar hoofd en moet hem volgen en gehoorzamen. Hij grijpt haar dunne armen beet en trekt haar mee naar de voordeur.

    Karel trekt de voordeur ruw open en duwt het machteloze meisje eruit. 'Ik wil je nooit meer hier zien, hindoeslet, rot maar op,' gilt hij en smijt de deur krachtig dicht.

    Saina valt op de koude besneeuwde straatstenen en voelt onmiddellijk de kou, die haar zo te zien dood wil bijten. Haar arm doet vreselijk pijn, want hij heeft er heel hard in geknepen. Twee voorbijgangers staan te kijken naar haar, maar ze doen niets om haar te helpen. Radeloze tranen vloeien nu rijkelijk over haar smalle bruine gezicht. Het lijkt alsof haar wereld totaal ingestort is.

    Ze ziet de voordeur open gaan en voelt een vage hoop, want misschien geeft hij haar nog een laatste kans. Hij is nu immers haar eerste man voor altijd. Ze ziet zijn witte gezicht in de deuropening. 'Hier is je rotzooi. Rot maar op hindoeslet,' gilt hij en gooit de tassen en een kleine winterjas met sjaal op het verdrietige kindje, die weerloos ligt te rillen in de sneeuw. De deur slaat dicht met een klap, die voor altijd in het geheugen van dit arm kind gegrifd zal blijven, als een hartverscheurende herinnering.

    Saina ziet hoe de voorbijgangers lachen en doorlopen, alsof zij geheel onbelangrijk is in dit vreemde land. Er is geen weg terug. Ze is nu echt alleen op de wereld en verstoten, als een echte hindoehond. Ze voelt hoe de kou haar langzaam in duizend kille stukken snijdt. Ze verzamelt alle moed in haar schriele lijf en staat snel op. Daarna grijpt zij de winterjas en sjaal en trekt deze haastig aan. Haar rechterknie doet heel veel pijn, maar de winterse kou verdooft het heel snel. Ze staart enkele ogenblikken naar de twee tassen op de grond en buigt vastbesloten omlaag, om haar enige bezittingen mee te sjouwen, als onmisbare lasten.

    Een moment later zien enkele buurtbewoners een klein, mager buitenlands meisje met twee tassen en een gebogen hoofd, door de besneeuwde straat sjokken, alsof zij gereed is om levend het graf in te gaan. Enkelen schudden hun hoofd en wenden de blikken af. Elk meisje krijgt immers wat zij verdient. Zo bezegelen zij het lot van dit machteloos schepsel.

    'Ik ben ergens aan de Loosduinseweg,' zegt Saina in zichzelf en blijft dapper doorlopen in een voor haar onbekende straat. Ze begrijpt niet goed waarom deze man haar opeens zo wreed behandelde. Gisteren nog heeft hij genoten van mijn maagdelijk lichaam. Is dit een echte man? Heeft hij geen gevoel? Is hij een mens? Ze kan dit alles niet begrijpen. Mannen hebben totaal geen gevoel voor vrouwen. Waarom moet ik vrouw zijn en dit verdriet meemaken?

    Ze bereikt het einde van de korte straat en ziet een sloot en een brede asfaltweg. Aan de overkant rijdt een lange tram met een grote '2' erop en die stopt bij een halte, ietsje verderop. Daar wil ze naartoe lopen. Met alle krachten in haar dunne benen versnelt zij haar passen. De tram rijdt bijna onmiddellijk door en ze besluit om de volgende te nemen.

    Een tiental minuten later stapt Saina in tram 2, die met een razende vaart optrekt. De warmte in de tram voelt behaaglijk aan, maar de vloer is vies en waterig. Er zitten gelukkig niet veel mensen erin. Niemand kijkt haar aan en ze gaat stilletjes in een van de achterste stoelen zitten. Het lopen heeft haar bijna uitgeput en langzaam voelt ze zich wat rustiger en warmer worden. Alles wat de afgelopen drie dagen gebeurd is, begrijpt zij nog niet goed. Op een bepaalde wijze kan zij niet erover nadenken en zit stil naar de grond te staren, terwijl de tram bij de volgende halte met een schok tot stilstand komt.

    ***

    Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: (roman) 'Einde van de integratie'
  • Koop de gedrukte versie van roman: Einde van de integratie - klik hier

  • WEBpublication BOOK wart0165 / EPAGE 9 of 50


    Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
    Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

    Kritisch Podium Dewanand

    Literair
    Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
    offercode: wart0165
    Copyright @ Dewanand 2006