Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

Kritisch Podium Dewanand

Poezie

'De suïcidale Hindoeslet'

Offeraar       Dewanand
Offercode      S204
Offerdatum     donderdag 26 juli 2012

Ooit in een klein en vervallen huisje,
ergens in een Hollands gehucht,
werd een Hindoemeisje geboren,
jong, schoon, maagd, rein, onschuldig,
als een goudbruine Gopi uit Krishnaloka.

Met een rein hart en Shiva op haar netvlies,
groeide zij op,
als peuter, speelde met poppen,
vrolijk, zingend en dansend,
tot het noodlot toesloeg.

Haar vader wilde haar bezitten,
Zij was zo mooi en rein,
Als kleuter moest zij hem pijpen,
Elke avond na het masala diner,
En zij slikte steeds zijn zaad.

Haar vader wilde meer,
Hij penetreerde haar voorste gat,
Bloedend gilde zij het uit,
Nauwelijks 7 lentes op deze wereld,
Vroeg zij Shiva om haar te redden,
En te laten sterven als schone maagd.

Toen begon de grote marteling,
Hindoestaanse ooms, neven en schoonbroers,
Neukten haar in alle gaten,
Elke dag tot haar tienertijd,
Doodgaan was haar dagelijkse strijd,
Jarenlang dit verzoekend aan Shiva,
Om te ontsnappen uit de Hindoehel.

Op een dag vond zij het genoeg,
Liep weg van haar hindoestaanse huis,
Vluchtte weg door kille Hollandse straten,
tijdens guur herfstweer en huilend,
Tot een blanke pooier haar meenam,
Op weg naar haar Hollandse Hel.

De lekkere Hindoeslet werd zij genoemd,
In een ondergronds blank bordeel,
Zij telde de lange blanke penissen niet meer,
Die haar in alle gaten verscheurden,
Shiva bleef zwijgend toekijken,
Haar hoop was sterven,
Voor eeuwig uit de Hollandse Hel.

Lijden was haar enige hoop,
Haar gaten waren verscheurd en versleten,
Vol met stinkend Hollands zaad,
Karma was haar enige hoop,
Maar Shiva deed toch niets,
En gaf niet eens een zelfmoordpil,
Omdat lijden haar karma was,
Tot zij zelf tot actie overging.

De mannen vond zij beesten,
liefdeloos, kil en stijf,
Genietend van haar dode lijf,
Altijd maar weer stijf,
Neukend in al haar Hindoe gaatjes,
Alsof zij dat leuk vond,
En door de dood klaar kwam.

De dood vond zij het leven,
Want dit leven was lijden,
En haar vervloekte karma,
Als lage, vieze Hindoeslet,
In een ondergronds Hollands bordeel,
Met honderden witte penissen,
Die haar dagelijks doorboorden,
Tot diep in haar Hindoestaanse darmen,
En spoten in haar bruine mond.

Op een dag had zij geluk,
Iemand zond een zelfmoordpil,
Gezonden door de Hindoe goden,
Als zegen uit Krishnaloka,
Zij dankte haar hemelse Shiva,
En ook alle duivelse goden,
Om haar te verlossen uit de aardse hel,
Bevrijd van alle slechte karma,
en haar ellendige graha.

Lachend slikte zij de zelfmoordpil,
Ging liggen op het bed,
Met haar bruine benen wijd,
De mannen bleven pompen,
In haar nauwe bruine gat,
Maar zij voelde zich zo zalig,
Want nu zou zij mogen sterven,
Als een uitgenaaide Hindoeslet,
Bevrijd van alle zonden,
En zalig als een goudbruine slet.

Stervend op het harde bed,
Neukten de mannen haar dus dood,
En zij schreeuwde van geluk,
Met de dood in haar hart,
Terwijl haar ziel voor eeuwig vertrok,
En haar lijk verder werd geneukt,
Tot de bloedwormen uit haar vagina kropen.

Shiva verwelkomde haar maagdelijke geest,
Zalig was zij in Krishnaloka,
In een nieuw goudbruin lichaam,
Met een eeuwige maagdelijke vagina,
Zij spreidde haar bruine benen,
Voor eeuwig en voor altijd.

En Shiva neukte haar duizend jaar,
Als de Hindoehoer in het paradijs,
Voor eeuwig zalig en rein,
Bevrijd van alle slechte karma,
Genietend van eeuwige orgasmen,
Als een zuivere hemelse Hindoeslet.

*** copyright 2012, Dewanand ***

Info: S204, 117RR, 15C, do26072012, drama, 'De suïcidale Hindoeslet'


Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

Kritisch Podium Dewanand

Poezie
Alle rechten voorbehouden; All rights reserved